Luther en de Joden (uit het kerkblad)

Martin-LutherIn 2017 wordt het begin van de Reformatie 500 jaar geleden groots gevierd. De Joodse gemeenschap heeft de Protestantse Kerk Nederland gevraagd of zij ter gelegenheid van deze herdenking excuus wil aanbieden voor de vreselijke woorden die Luther aan tegen het einde van zijn leven zei over de Joden. Onder andere: ‘verbrand hun boeken, drijf ze de stad uit.’ Het maakte de tongen los in Trouw en Volkskrant. Uitleg geven van Lutherse zijde riekt al snel naar goedpraterij. Hoe kunnen we erover spreken?

Voor Kerk in de Stad schreef ds. Christiane Karrer naar aanleiding hiervan een column. Ook ds. Kees Bouman, lid van onze gemeente, greep de pen om te reageren. Hieronder leest u hun gedachten.

 

Los van deze kwestie, heeft het Utrechts Beraad Kerk & Israël in samenwerking met de Utrechtse Stedelijke Raad van Kerken een avond belegd over antisemitisme. Mocht u meer willen weten over het Jodendom in Nederland dan kunt u nu ook een canon erop na slaan. Ten slotte wordt er op 4 oktober (op Israelzondag) gecollecteerd voor OJEC, een organisatie die de dialoog tussen Christenen en Joden wil bevorderen.

De redactie

 

Luther als zondaar

In de aanloop naar 2017 -gedachtenis van vijfhonderd jaar Reformatie- groeit de belangstelling voor de reformator Maarten Luther. In mijn krant kwam Luther in de afgelopen weken keer op keer ter sprake: Luther en de Joden, Luther als antisemiet, Luthers uitspraken over gehandicapten. (Er missen nog de boeren, de Turken, de moslims en verschillende zogenoemde ketters.) De zwarte kanten van Luther worden aan de orde gesteld met het doel dat deze tijdens de herdenking van 2017 voldoende aandacht krijgen.

Terecht. Wij moeten deze vreselijke uitspraken niet in de doofpot stoppen, maar we moeten het erover hebben. Wat is hun historische achtergrond? Hoe verhouden zij zich tot Luthers theologie? Hoe hebben ze doorgewerkt? Wij moeten duidelijk ons standpunt bepalen en krachtig de nodige kritiek uiten. Hierbij is het belangrijk te beseffen dat we het wiel niet opnieuw hoeven uit te vinden. Sinds  de Tweede Wereldoorlog  (en ook al daarvoor!) zijn talrijke historische en theologische publicaties verschenen die Luthers anti-joodse schriften kritisch analyseren, lutherse kerken en de Lutherse Wereld Federatie hebben officieel Luthers anti-joodse uitspraken veroordeeld. Mijn mede-columnist, Catrien van Opstal, en ik hebben ook op deze plaats al erover geschreven.Bij het dagelijks lezen van de krant  valt me echter nog iets op. De bovengenoemde kritiek komt uitvoerig ter sprake, maar ik heb nog in geen artikel gelezen waarom we 2017 eigenlijk wel zouden moeten vieren. Welke inzichten van Luther (en andere reformatoren) zijn wél de moeite waard om te gedenken en door te geven? En hoe kunnen deze vertolkt worden naar het leven van vandaag de dag? Als dit niet bediscussieerd wordt, blijft Luther een soort heiligenbeeld dat achter alle kritiek verbleekt.

U kon op deze plaats al het een en ander lezen wat Catrien van Opstal en ik de moeite waard vinden. Eén punt wil ik nu noemen. Bij Luthers mensbeeld hoort een kenmerk dat vaak in het Latijn geciteerd wordt: de mens (en dat geldt juist voor de christen) is ‘simul justus et peccator’, tegelijk gerechtvaardigd en zondaar. De ‘mens als zondaar’ heeft inderdaad vertolking nodig, het is vandaag de dag geen geliefde beschrijving van de mens. Luther bedoelt niet dat we ons blind moeten staren op onze zwakke kanten of dat we in een mens alleen kwade trekken vinden. Er is eerder bedoeld wat we vandaag de dag een realistisch mensbeeld zouden noemen. Mensen, ook christenen, blijven mensen. Zij hebben de onuitwisbare neiging zichzelf als grond en schepper van hun bestaan te zien. Zij laten de verbondenheid met God en al het leven los en koesteren de illusie van een ‘ik’ dat zijn waarde kan bewijzen, vaak ten koste van anderen. Zij verwisselen hun oordelen en idealen met God, maken er een ‘idool in hun hart’ (Luther) van. Zo ook Maarten Luther. Antisemitische vooroordelen uit zijn tijd, maar ook theologische radicaliteit en betweterij werden – vooral in zijn late jaren – een ‘idool’ waarvan Joden de slachtoffers werden. Elementen uit zijn belangrijke leer over de rechtvaardiging, zijn inzichten in de betekenis van Jezus Christus heeft Luther verstrengeld met uitermate scherpe anti-joodse uitlatingen.

Luther bewijs je geen eer door van hem een heilige te maken en zijn donkere kanten weg te moffelen. Luther wilde gezien worden als mens, als zondaar. Hij zette zijn vertrouwen op God die hem aanvaardt

als de mens die hij is en die hem de vrijheid schenkt om te leren leven in verbondenheid. Luther bewijs je eer door hem als mens en christen met alle goede en kwade kanten te zien, door in gesprek te gaan met zijn waardevolle inzichten en door te leren van zijn diepe vertrouwen.

Ds. Christiane Karrer

Lutherherdenking

… je had geen gelijk, maar dat is nu voorbij
     (uit: Afvaart, G. Achterberg)

In de aanloop naar de herdenking van 500 jaar Reformatie zal Luthers houding  ten opzichte van de Joden nog vaak terugkomen. Niet altijd met deze scherpte: ‘Er loopt een bloedrode lijn van Luther naar Hitler’ (Volkskrant, 23.6), maar toch. Zo’n  uitspraak suggereert dat Luther en Hitler hier op één lijn zaten. Ik kan me (als niet-Lutheraan) voorstellen dat dit een rechtgeaarde Lutheraan diep raakt.

Hoe beoordelen we iemand? Naar afzonderlijke  woorden en daden? Met welke maat dan?  Of naar de oriëntatie  van zijn leven. De oriëntatie op het Rijk van God, waar Gods trouw aan Israël en de wereld wordt gevierd en geleefd. Oriëntatie  op Gods eer: gerechtigheid en vrede. Woorden en daden blijven belangrijk, maar niet beslissend.

Beslissend is dit: Luthers leven staat, zoals het mijne, in het licht van God. Ik houd mijn adem in: Het donker krijgt  veel scherpere contouren. Kijk! Wat gebeurt hier? God is in Christus tussen het donker en mijzelf in gaan staan. Verzoening. Ik adem uit. Ik zing een lied.

Terugkijkend naar 1517 wordt Luther vaak beoordeeld op zijn uitspraken over de Joden.  Er zijn verzachtende omstandigheden! Hij neemt deel aan een heel oude kerkelijke, onchristelijke traditie. En: schelden bij meningsverschillen was toen heel gewoon.  Vooral: Luthers oriëntatie op Gods Rijk betekende  voor hem: Heden zal Gods laatste oordeel voorgoed over de wereld gaan: een  eeuwig ‘ja’  of een  eeuwig ‘nee’. De Joden staan dicht bij de Reformatie, dachthij. Bekering zou hun eeuwig heil zijn. Het liep anders. Wat nu?! Harde barmhartigheid – de citaten vliegen om de oren. We houden de adem in. We begrijpen wel dat Luther geen antisemiet is, maar anitjudaïstisch denkt. De joden erkennen de Messias niet, dáár wringt het. In het geweld van de woorden verdwijnt  dit onderscheid. Er zijn verzwarende omstandigheden. Luther is niet zomaar een theoloog, hij is boegbeeld. Dat geeft extra verantwoordelijkheid. Hij had moeten luisteren naar krachtige en invloedrijke tegenstemmen  binnen de toenmalige Lutherse traditie. Die hádden ook meer invloed! Hij had beter zich iets gelegen laten liggen aan de andere toon die bvb. J. Calvijn aanslaat. Het is niet gebeurd. Vooral – schokkend - hij schrijft: ‘Wij verstaan de Schrift beter.’ Hoeveel onheil komt er altijd weer uit deze overmoed.

Beslissend bij elke beoordeling is het oriëntatiepunt, het getrokken zijn door dat Rijk van God. Dan verdoezelen we de schandvlekken in ons leven niet. Ik denk dan ook dat het goed zou zijn dat de PKN, aangezet door de ELK, hier een verklaring over uitgeeft. We bedenken dan dat antisemitisme in verdunde vorm (als anti-judaïsme) bij de kerk in ons land bepaald niet afwezig was tot de Tweede Wereldoorlog. We wijzen er op dat er tussen Luthers harde barmhartigheid en Hitlers genadeloze onrechtvaardigheid geen lijn is maar een onoverbrugbare kloof. We erkennen dat het antisemitisme al heel vroeg (2e eeuw) de kerk is binnengeslopen, daar is gebleven en zich zeer breed heeft gemaakt. Dat het opstand tegen Gods genadig handelen is, omdat Hij zo maar, zonder reden, tot aanwijsbare mensen zegt: Jij hoort bij Mij! – zomaar, want Hij is God.  Dan is de herdenking 1517-2017 als een spiegel voor ons denken en geloven om die schandvlek van ons ‘nee’ niet te negeren.

Er moet iets anders eerst gezegd worden: Aan ‘je had geen gelijk’ gaat vooraf: ‘dat is nu voorbij.’ We beoordelen iemand niet door te gaan meten hoeveel vergeving, hoeveel verzoening er wel nodig is om al het donker van zijn daden en woorden te bedekken. We beoordelen Luther zoals we onszelf beoordelen, we stellen ons onder Gods oordeel, leren het hart van dat oordeel begrijpen: verzoening – jij hoort bij Mij. Jij, je had geen gelijk, maar dat is nu voorbij. Luthers ongelijk in zijn uitspraken over joden blijft! We dienen er afstand van te nemen. Veel meer blijft: We worden beoordeeld met de maat der verzoening. In dat licht van Pasen zien we Luthers leven, en het onze. Schrik. We slaan de hand voor de mond. Dank! We zingen de lof van God om datgene dat Hij ons in woorden en daden van mensen geeft. Dank, om wat Hij in mensen zoals Luther aan kerk en cultuur heeft gegeven.

C.P. Bouman